De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) gaat aan Nederland voorbij. Als grensgemeente wordt Enschede op 15 september 1914 in staat van beleg verklaard. De grenzen worden door het leger scherp bewaakt en grensovergangen versperd (met karren en puntdraad).
In hetzelfde jaar worden – zoals in zoveel plaatsen – Belgische vluchtelingen (539 personen) opgevangen en ondergebracht. Onder de bevolking worden collectes gehouden om de opvang te kunnen betalen. Gedurende de oorlog worden uit Duitsland ontsnapte geallieerde krijgsgevangenen geïnterneerd in barakken op het terrein van de reinigingsdienst (op erve Poolman). Aan het eind van 1918 passeren niet minder dan 76.000 geallieerde krijgsgevangenen Enschede op weg naar huis. Zij worden tijdelijk ondergebracht in de hallen van de grote textielfabrieken en zo snel mogelijk doorgestuurd.
In hetzelfde jaar wordt Europa geteisterd door de Spaanse griepepidemie. In Enschede en Lonneker overlijden in het laatste kwartaal 264 mensen aan longaandoeningen, 160 meer dan gebruikelijk in die jaren.
In de Eerste Wereldoorlog is een prijsbeheersings- en vanaf 1916 een distributiestelsel van kracht voor tientallen artikelen. Men spreekt van regeringsbrood, van eenheidsworst en van volksbiscuit. Ook in de Tweede Wereldoorlog is een distributiestelsel ingevoerd (1939-1952).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) wordt Enschede op 10 mei 1940 ingenomen door Duitse troepen die in de vroege morgen de Nederlandse grens, onder meer bij De Lutte en Buurse, zijn overschreden. In de stad vinden geen krijgshandelingen plaats. De grensbewakingstroepen in Glanerbrug, Knalhutte en bij station Broekheurne worden in de loop van de morgen zonder verzet in krijgsgevangenschap afgevoerd.
Het vliegveld Twente is door de Nederlandse genie omgeploegd; de hangars zijn tijdig opgeblazen.
De Duitse bezetting van de stad concentreert zich op den duur zichtbaar in een groot aantal panden aan de Tromplaan en omgeving. De synagoge is naderhand een Duitse gevangenis.
Een kleine minderheid van de bevolking verspreidt al in 1940 vlugschriften of helpt ontvluchte Franse krijgsgevangenen uit de Duitse concentratiekampen over de grens (de communistische Rode Hulp). Voorlopig herneemt het leven echter zijn gewone loop. Alleen communisten en Joden maken zich ernstig zorgen over de toekomst, gegeven de vervolging waaraan zij in Duitsland al in de dertiger jaren blootstaan.
In 1941 vinden de eerste verzetsdaden plaats: het doorsnijden van voor de Duitse Wehrmacht ‘kriegswichtige’ telefoonkabels. Vele mannen worden verplicht deel te nemen aan een gemeentelijke kabelwacht; de gemeente zelf krijgt een boete. Als in september 1941 opnieuw kabels worden doorgesneden worden 71 mannelijke inwoners, waaronder 68 Joden, gearresteerd en overgebracht naar het concentratiekamp Mauthausen. Na enkele weken is geen van de mannen meer in leven.
De Joodse bevolking weet nu wat hen te wachten staat. Anders dan in andere steden weet de plaatselijke Joodse raad (onder leiding van de fabrikant Sieg Menko) een relatief groot aantal Joden te laten onderduiken. De raad wordt daarbij gesteund door een verzetsgroep, geleid door de hervormde predikant ds. Leendert Overduin. De gezamenlijke textielfabrikanten verlenen onderhands financiële steun.
In mei 1942 wordt het dragen van een Jodenster (gefabriceerd in de Enschedese textielfabriek ‘De Nijverheid’, die dan onder Duitse leiding staat) verplicht. In dat jaar en in 1943 worden nog 630 Joden gedeporteerd en omgebracht. Agenten van gemeentepolitie die weigeren aan het ophalen van Joden mee te werken worden eveneens naar concentratiekampen gestuurd.
In de gemeente Enschede zijn tijdens de oorlog door de Geallieerden 354 luchtaanvallen uitgevoerd, waarvan 119 op de ‘Fliegerhorst Twente’. Er vallen 360 doden, 1300 woningen zijn vernietigd en ruim 11.000 beschadigd.
Bij vergissing uitgevoerde luchtaanvallen op burgerdoelen vinden veelvuldig plaats. Geallieerde piloten verkeren doorgaans in de veronderstelling dat zij al (of nog) boven Duitsland vliegen.
Zo is er op 22 januari 1942 een bombardement op huizen aan de Tegalstraat. Getroffen wordt onder meer een leraarsgezin van 5 personen met 6 leerlingen die op het moment van de aanval bijles kregen.
Het eerste grootschalige bombardement (feitelijk bedoeld voor de Duitse plaats Rheine) is op zondagmiddag 10 oktober 1943 op de omgeving Van Heekpark/Het Zwik. Er zijn 151 doden, 60 zwaar en 341 lichtgewonden.
Ook op 22 februari 1944 is het raak. Niet minder dan 40.000 brandbommen treffen de binnenstad en de wijken Veldkamp en Pathmos, ten koste van 40 doden, 42 zwaar- en ruim 100 lichtgewonden. Op 22 maart 1945 wordt het zuidelijk deel van het stadscentrum opnieuw getroffen: 65 doden, 32 zwaar- en ruim 100 lichtgewonden.
Ook na de Bevrijding is er nog een luchtaanval, nu door de Duitse luchtmacht.
De April-Meistaking 1943, in reactie op het besluit van de bezetter alle voormalige Nederlandse militairen opnieuw in krijgsgevangenschap af te voeren, begint bij de Storkfabrieken in Hengelo en slaat ook over naar Enschede. Er zijn de volgende dag meer dan 5.000 stakers.
De staking wordt door de bezetter gebroken door het invoeren van standrecht, een samenscholings- en een uitgaansverbod. Hier en daar worden mensen willekeurig neergeschoten of gearresteerd. Aan de Hengelosestraat staat een herdenkingsmonument voor een achttal medewerkers van de textielfabriek Jordaan in Haaksbergen die niet op hun werk zijn verschenen en op grond daarvan ter plaatse zijn neergeschoten. Een medewerker weet te ontkomen
De stad Enschede wordt op 1 april 1945 bevrijd door eenheden van een Brits geallieerd leger. Een deel van de troepen rukt op vanuit Neede, via onder meer Beckum en Boekelo, naar de Lonnekerbrug. Nadat een Britse eenheid al over de brug is wordt die alsnog door de Duitsers vernield. De Britten worden nu successievelijk uitgeschakeld op een enkele tank na die via het haventerrein weet te ontkomen.
De eenheid weet desondanks in de middag de kruising bij Frans op de Bult te bereiken via de Deurningerstraat. Een tweede groep die dit punt via het vliegveld wil benaderen wordt echter teruggeslagen.
Geallieerde troepen die oprukken via Haaksbergen en Usselo stuiten op heftige Duitse tegenstand op het spoorwegemplacement Zuid, waarbij onder meer de brug in de Getfertsingel wordt opgeblazen. Zij kiezen vervolgens een route langs de Zuid- en Noordesmarkerrondweg. Na een aanval op twee Britse tanks op de Noordesmarkerrondweg trekken de Britten zich terug op Stokhorst. Wel wordt op 1 april ook Glanerbrug bevrijd.
Op 2 april worden de gevechtshandelingen in de gemeente Enschede afgerond met onder meer de verovering van het vliegveld en met de zuivering van de stad.
De bevrijding kost het leven aan 18 burgers, 23 Britten en 28 Duitsers.
Aan de vooravond van de bevrijding worden als gevolg van verraad nog een zestal personen neergeschoten in een woning in de Sumatrastraat. Ook anderszins vinden in het zicht van de bevrijding nog enkele trieste gebeurtenissen plaats.
Al met al heeft de Tweede Wereldoorlog aan plm. 1250 stadgenoten het leven gekost.

#1 door Jos meijerink op juli 16, 2011 - 12:18 pm
Quote
Hoe kwam het britse leger aan berichten uit enschede?
Mijn vader Herman Meijerink en zijn broers Johan en Gerrit hadden postduiven voor de tweede wereldoorlog.
Aangezien er in de eerste oorlog al berichten met duiven werden verzonden is er de volgende maatregel genomen door de duitsers.
Tijdens de oorlog moesten ze van de duitsers alle postduiven registeren (deze hadden een vaste ring om)en dit melden op het politiebureau.
Toen de duitsers alles wisten van de postduiven werden alle liefhebbers gedwongen om de duiven te doden en een ring met het onderste deel van de poot in te leveren op het pollitiebureau.
Aangezien ze dit met pijn in het hart moesten doen hebben ze het volgende geprobeerd met 1 duif.
Ze hadden 1 duif gedood en de poot met de ring onder het eerste gewricht afgesneden, nu hadden ze een dode duif met 1 poot eraf .
Aangezien ze melkboer waren en dat met paard en wagen ging,hadden ze een paard dat in het puntdraad had gezeten en een wond aan het been had en het bloeden werd gestopt met een stift met een vloeistof die van de veearts kwam.
Bij de volgende duif hebben ze met een scheermes de midelste teen er afgesneden en toen met de stift van de veearts erop en warempel het bloeden stopte.
Toen was het mogelijk om de ring van de poot te schuiven.
De eerste duif die reeds dood was hebben ze gepakt en de tweede poot eraf gesneden , om deze poot ging de ring van de duif zonder de middelteen.
Zodoende was het mogelijk om de helft van de duiven te doden, en de andere helft de teen te verweideren zodat ze om de tweede poot van de reeds gedode duiven nu ook een ring konden schuiven.
Nu werd er op het boerderijttje waar ze woonden (toen nog vanekerweg nu op de hoek lekstraat vanekarstraat ) Een hok afgetimmerd op de zolder tussen de balen hooi en stro.
Nu waren de duiven veilig opgeborgen en moetsen ze de poten met de ringen naar det bereau brengen.
Aangezien ze dit niet durfden heeft de zus van hen het maar gedaan en het geheel was goed.
Het ondergrondse wist dat mijn vader en zijn broers postduifliefhebbers waren en zodoende kwam de vraag of zij ook gedropte postduiven uit het engelse leger wilden verzorgen.
Als er dan een bericht richting Engeland moest werd er een duif van de Engelsen uit het hok gehaald er kwam een kokertje om de poot met een bericht erin er de duif ging richtijng Engeland.
Een duif hebben ze 7 keer terug gekregen en dit was een doffer (mannetjes duif) die zo hard kon koeren zodat je het buiten nog kon horen.
Dit was levends gevaarlijk en ze hebben er het volgende op gevonden.
Ze hebben een elastiekjes om de strot gedaan zodat hij de luchtzak niet meer op kon blazen.
2 van de kokertjes heb ik nog .
Na de oorlog hadden ze nog 40 duiven over en de sport kon weer langzaam beginnen.
Als dank kregen ze een dankbetuiging van Generaal Eisenhouwer.
Jaren was mijn vader de beste duivenman uit Enschede en omstreken en heeft alles gewonnen wat er te winnen was .
Helaas moets hij om gezondheidreden met deze mooie sport stoppen.
Misschien heeft u iets aan dit verhaal?
Jos meijerink
nieuwedijk 20
Tel 053-4333549
#2 door Janssen op september 11, 2011 - 1:19 am
Quote
” Zij worden ondergebracht in tijdelijke concentratiekampen in de hallen van de grote textielfabrieken.”
Ik neem aan dat dit opvangkampen moet zijn.
“Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945)” Moet dit niet 1940-1945 zijn ?
#3 door G. Bekkering op september 11, 2011 - 10:35 pm
Quote
Beste Willem,
Het woord ‘concentratiekampen’ is hier heel ongelukkig. Ik heb het er uit gehaald. Opvangkampen waren het ook niet, ze sliepen op noodbedden in de leegstaande fabriekshallen.
De Tweede wereldoorlog is echt al in 1939 begonnen.
#4 door Janssen op september 13, 2011 - 7:33 pm
Quote
Voor Nederlandse begrippen is het de oorlog van 1940-1945.
Nederland was tot de inval op 10 mei 1940 neutraal en was dus niet in oorlog.
#5 door Janssen op september 13, 2011 - 10:25 pm
Quote
In Enschede hebben in de periode tussen 1914 en 1924 niet één, maar vier verschillende “opvangfaciliteiten” bestaan. Deze kampen zijn echter in de weinige artikelen, die er over deze kampen zijn verschenen regelmatig door elkaar gehaald, als een en hetzelfde kamp gezien of ten onrechte genegeerd. Zo is het dus mogelijk gebleken om de volgende faciliteiten te onderscheiden: • Opvang van Belgische vluchtelingen van oktober 1914 tot begin 1915. • Rijks quarantaine-kamp vanaf 1917. • Noodopvang in de textielfabrieken in 1918. • Vluchtelingenkamp voor ontheemden tussen 1920 en 1924.
#6 door Elena Naumova op november 28, 2011 - 5:42 pm
Quote
Ik zoek een informatie over russische vluchtelingen en ontvluchte krijgsgevangenen tijdens WO I in Nederland. In nederlandse kranten van toen heb ik enkele berichten gevonden, ook een naam van de lijst van overledenen lijkt wel op de russische afkomst. Wat (en waar) kan ik iets vinden over de opvangfaciliteiten en hun bewoners?
Vooraf bedankt, Elena
#7 door Pieter Hoekstra op maart 14, 2012 - 11:59 pm
Quote
Een oudoom van mij ,was waarschijnlijk gelegerd in Enschede als Marechaussee graag wil ik dit uitzoeken.
Dinxperlo is hij ook geweest,wij hebben een foto van hem bij een wagon.
Maar ik hen geen kennis van de vervoersbedrijven van toen,en zoek hier hulp bij .
mvg
pieter
#8 door Egbert van de Haar. op maart 17, 2012 - 9:24 pm
Quote
Ik ben Egbert van de Haar. Ik ben woonachtig in Tiel. Maar ben geboren en getogen in Glanerbrug. Op mijn sitepagina: http://hennepe.jouwweb.nl/glanerbrug-jeugdherinneringen-uit-de-tweede-wereldoorlog1 vindt je meer over de wereldoorlog.
Ook op de pagina’ s over Harry Saathof en Geert Schoonman. Als je op mijn site http://hennepe.jouwweb.nl zit moet je even naar beneden scrollen. De onderwerpen staan aan de linkerkant. Groeten Egbert van de Haar, Tiel.